Vertaling van meer dan

Inhoud:

Nederlands
Nederlands
boven, meer dan, over, ruim
boven
meer dan
over
ruim
vastleggen, vastbinden, tuigeren, onderbinden, meren, aanbinden {ww.}
vastleggen
vastbinden
tuigeren
onderbinden
meren
aanbinden {ww.}

ik bind aan
jij bindt aan
hij/zij/het bindt aan

ik leg vast
jij legt vast
hij/zij/het legt vast
» meer vervoegingen van vastleggen

vastmeren {ww.}
vastmeren {ww.}

ik meer vast
jij meert vast
hij/zij/het meert vast

ik meer vast
jij meert vast
hij/zij/het meert vast
» meer vervoegingen van vastmeren

aanleggen, aanmeren, meren, afmeren {ww.}
aanleggen
aanmeren
meren
afmeren {ww.}

ik leg aan
jij legt aan
hij/zij/het legt aan

ik leg aan
jij legt aan
hij/zij/het legt aan
» meer vervoegingen van aanleggen



Voorbeelden in zinsverband

Nederlands
Nederlands

Hij had meer dan voldoende geld.

Hij had meer dan voldoende geld.

Hij verdient drie keer meer dan ik.

Hij verdient drie keer meer dan ik.

Henry heeft niet meer dan zes dollar.

Henry heeft niet meer dan zes dollar.

Hij was meer dan een koning.

Hij was meer dan een koning.

Hij heeft meer dan vijf woordenboeken.

Hij heeft meer dan vijf woordenboeken.

Het zal meer dan duizend yen kosten.

Het zal meer dan duizend yen kosten.

Meer dan twintig jongens gingen erheen.

Meer dan twintig jongens gingen erheen.

China heeft meer dan een miljard inwoners.

China heeft meer dan een miljard inwoners.

Ik heb tien pennen meer dan jij.

Ik heb tien pennen meer dan jij.

Jiro Akagawa heeft meer dan 480 romans geschreven.

Jiro Akagawa heeft meer dan 480 romans geschreven.

Hij verdient drie keer meer dan ik doe.

Hij verdient drie keer meer dan ik doe.

De tentoonstelling is het bezoeken meer dan waard.

De tentoonstelling is het bezoeken meer dan waard.

Meer dan 100 mensen waren op het feest.

Meer dan 100 mensen waren op het feest.

Het geheel is meer dan de som der delen.

Het geheel is meer dan de som der delen.

Tom wou dat hij meer dan één taal sprak.

Tom wou dat hij meer dan één taal sprak.


Gerelateerd aan meer dan

boven - over - ruim - vastleggen - vastbinden - tuigeren - onderbinden - meren - aanbinden - vastmeren - aanleggen - aanmeren - afmerenvastleggen