Vertaling van prikkel

Inhoud:

Nederlands
Nederlands
prikkel, stimulans, peppil {zn.}
prikkel
stimulans
peppil {zn.}
prikkel, prikkeling [v], stimulatie [v], aansporing [v] {zn.}
prikkel
prikkeling [v]
stimulatie [v]
aansporing [v] {zn.}
pen [v], stekel, prikkel, angel [m] {zn.}
pen [v]
stekel
prikkel
angel [m] {zn.}
Heb je geen pen?
Heb je geen pen?
Ik moet mijn pen zoeken.
Ik moet mijn pen zoeken.
prikkel [m] (de ~) {zn.}
prikkel [m] (de ~) {zn.}
werken op, verhitten, opwinden, prikkelen, aanwakkeren {ww.}
werken op
verhitten
opwinden
prikkelen
aanwakkeren {ww.}

ik wakker aan
jij wakkert aan
hij/zij/het wakkert aan

ik verhit
jij verhit
hij/zij/het verhit
» meer vervoegingen van verhitten

prikkelen {ww.}
prikkelen {ww.}

ik prikkel
jij prikkelt
hij/zij/het prikkelt

ik prikkel
jij prikkelt
hij/zij/het prikkelt
» meer vervoegingen van prikkelen

de sporen geven, prikkelen {ww.}
de sporen geven
prikkelen {ww.}

ik prikkel
jij prikkelt
hij/zij/het prikkelt

ik prikkel
jij prikkelt
hij/zij/het prikkelt
» meer vervoegingen van prikkelen

aanporren, aansporen, aanvuren, prikkelen, stimuleren, zwepen {ww.}
aanporren
aansporen
aanvuren
prikkelen
stimuleren
zwepen {ww.}

ik por aan
jij port aan
hij/zij/het port aan

ik por aan
jij port aan
hij/zij/het port aan
» meer vervoegingen van aanporren

agaceren, irriteren, prikkelen {ww.}
agaceren
irriteren
prikkelen {ww.}

ik irriteer
jij irriteert
hij/zij/het irriteert

ik irriteer
jij irriteert
hij/zij/het irriteert
» meer vervoegingen van irriteren

aanstoken, irriteren, ophitsen, op stang jagen, prikkelen, sarren {ww.}
aanstoken
irriteren
ophitsen
op stang jagen
prikkelen
sarren {ww.}

ik stook aan
jij stookt aan
hij/zij/het stookt aan

ik stook aan
jij stookt aan
hij/zij/het stookt aan
» meer vervoegingen van aanstoken

prikkeling [v] (de ~), prikkel {zn.}
prikkeling [v] (de ~)
prikkel {zn.}
opwekking [v] (de ~), aanmoediging, prikkel [m] (de ~), stimulans {zn.}
opwekking [v] (de ~)
aanmoediging
prikkel [m] (de ~)
stimulans {zn.}
doorn [m] (de ~), doren, prikkel [m] (de ~) {zn.}
doorn [m] (de ~)
doren
prikkel [m] (de ~) {zn.}