Vertaling van reputatie

Inhoud:

Nederlands
Nederlands
reputatie [v], roep, roem, mare, befaamdheid [v], faam [v] {zn.}
reputatie [v]
roep
roem
mare
befaamdheid [v]
faam [v] {zn.}
Roep de dokter!
Roep de dokter!
Roep me om zes uur morgenochtend.
Roep me om zes uur morgenochtend.
naam, reputatie [v], roep, faam [v] {zn.}
naam
reputatie [v]
roep
faam [v] {zn.}
Tom heeft een slechte reputatie.
Tom heeft een slechte reputatie.
Hij heeft een goede reputatie.
Hij heeft een goede reputatie.
naam [m] (de ~), reputatie [v] (de ~), roep [m] (de ~), beroemdheid [v] (de ~), vermaardheid, renommee, faam [m] (de ~), bekendheid [v] (de ~) {zn.}
naam [m] (de ~)
reputatie [v] (de ~)
roep [m] (de ~)
beroemdheid [v] (de ~)
vermaardheid
renommee
faam [m] (de ~)
bekendheid [v] (de ~) {zn.}
Veel wetenschappers hebben de reputatie excentriek te zijn.
Veel wetenschappers hebben de reputatie excentriek te zijn.


Voorbeelden in zinsverband

Nederlands
Nederlands

Tom heeft een slechte reputatie.

Tom heeft een slechte reputatie.

Hij heeft een goede reputatie.

Hij heeft een goede reputatie.

Veel wetenschappers hebben de reputatie excentriek te zijn.

Veel wetenschappers hebben de reputatie excentriek te zijn.


Gerelateerd aan reputatie

roep - roem - mare - befaamdheid - faam - naam - beroemdheid - vermaardheid - renommee - bekendheidpositie