Vertaling van beroemdheid

Inhoud:

Nederlands
Nederlands
beroemdheid [v] {zn.}
beroemdheid [v] {zn.}
beroemd persoon, beroemdheid [v] {zn.}
beroemd persoon
beroemdheid [v] {zn.}
roem, glorie [v], lof, beroemdheid [v] {zn.}
roem
glorie [v]
lof
beroemdheid [v] {zn.}
Met lof
Met lof
Glorie aan de verslagenen
Glorie aan de verslagenen
faam [v], vermaardheid [v], beroemdheid [v] {zn.}
faam [v]
vermaardheid [v]
beroemdheid [v] {zn.}
naam [m] (de ~), reputatie [v] (de ~), roep [m] (de ~), beroemdheid [v] (de ~), vermaardheid, renommee, faam [m] (de ~), bekendheid [v] (de ~) {zn.}
naam [m] (de ~)
reputatie [v] (de ~)
roep [m] (de ~)
beroemdheid [v] (de ~)
vermaardheid
renommee
faam [m] (de ~)
bekendheid [v] (de ~) {zn.}
Roep de dokter!
Roep de dokter!
Roep me om zes uur morgenochtend.
Roep me om zes uur morgenochtend.
ster [m] (de ~), beroemdheid [m] (de ~), superstar [m] (de ~), grootheid [m] (de ~) {zn.}
ster [m] (de ~)
beroemdheid [m] (de ~)
superstar [m] (de ~)
grootheid [m] (de ~) {zn.}
Antares is een rode ster.
Antares is een rode ster.
Ik heb vandaag een ster gezien.
Ik heb vandaag een ster gezien.


Gerelateerd aan beroemdheid

beroemd persoon - roem - glorie - lof - faam - vermaardheid - naam - reputatie - roep - renommee - bekendheid - ster - superstar - grootheidpositie - persoon