Vertaling van bekendheid

Inhoud:

Nederlands
Nederlands
bekendheid [v] {zn.}
bekendheid [v] {zn.}
bekendheid [m] (de ~) {zn.}
bekendheid [m] (de ~) {zn.}
kennis [v], kunde, bekendheid [v] {zn.}
kennis [v]
kunde
bekendheid [v] {zn.}
Kennis is macht.
Kennis is macht.
Kennis is macht.
Kennis is macht.
bekendheid [v] (de ~) {zn.}
bekendheid [v] (de ~) {zn.}
naam [m] (de ~), reputatie [v] (de ~), roep [m] (de ~), beroemdheid [v] (de ~), vermaardheid, renommee, faam [m] (de ~), bekendheid [v] (de ~) {zn.}
naam [m] (de ~)
reputatie [v] (de ~)
roep [m] (de ~)
beroemdheid [v] (de ~)
vermaardheid
renommee
faam [m] (de ~)
bekendheid [v] (de ~) {zn.}
Roep de dokter!
Roep de dokter!
Roep me om zes uur morgenochtend.
Roep me om zes uur morgenochtend.


Gerelateerd aan bekendheid

kennis - kunde - naam - reputatie - roep - beroemdheid - vermaardheid - renommee - faampersoon - ervaring - positie