Vertaling van roep
schreeuw
kreet {zn.}
schreeuw {zn.}
roep
roem
mare
befaamdheid
faam {zn.}
reputatie
roep
faam {zn.}
joelen
roepen
schreeuwen {ww.}
ik gier
jij giert
hij/zij/het giert
ik gier
jij giert
hij/zij/het giert
» meer vervoegingen van gieren
ik roep
jij roept
hij/zij/het roept
ik roep
jij roept
hij/zij/het roept
» meer vervoegingen van roepen
roepen {ww.}
ik huil
jij huilt
hij/zij/het huilt
ik huil
jij huilt
hij/zij/het huilt
» meer vervoegingen van huilen
reputatie
roep
beroemdheid
vermaardheid
renommee
faam
bekendheid {zn.}
roepen {ww.}
ik roep
jij roept
hij/zij/het roept
ik schreeuw
jij schreeuwt
hij/zij/het schreeuwt
» meer vervoegingen van schreeuwen
ik roep
jij roept
hij/zij/het roept
ik roep
jij roept
hij/zij/het roept
» meer vervoegingen van roepen
ik roep
jij roept
hij/zij/het roept
ik roep
jij roept
hij/zij/het roept
» meer vervoegingen van roepen
roepen {ww.}
ik roep
jij roept
hij/zij/het roept
ik schreeuw
jij schreeuwt
hij/zij/het schreeuwt
» meer vervoegingen van schreeuwen
Voorbeelden in zinsverband
Roep de dokter!
Roep de dokter!
Roep me om zes uur morgenochtend.
Roep me om zes uur morgenochtend.