Vertaling van slobber
Inhoud:
Nederlands
Nederlands
slobber, slijk , slik , slib, prut, blubber , bagger , modder {zn.}
slobber
slijk
slik
slib
prut
blubber
bagger
modder {zn.}
slijk
slik
slib
prut
blubber
bagger
modder {zn.}
slobber {zn.}
slobber {zn.}
slobberen {ww.}
slobberen {ww.}
ik slobber
jij slobbert
hij/zij/het slobbert
ik slobber
jij slobbert
hij/zij/het slobbert
» meer vervoegingen van slobberen
slobberen, opslobberen, oplikken {ww.}
slobberen
opslobberen
oplikken {ww.}
opslobberen
oplikken {ww.}
ik lik op
jij likt op
hij/zij/het likt op
ik slobber
jij slobbert
hij/zij/het slobbert
» meer vervoegingen van slobberen
koffie , leut , slobber, slemp {zn.}
koffie
leut
slobber
slemp {zn.}
leut
slobber
slemp {zn.}
Ik heb liever koffie.
Ik heb liever koffie.
Ga koffie halen.
Ga koffie halen.
slobberen, leppen, lurken, lebberen {ww.}
slobberen
leppen
lurken
lebberen {ww.}
leppen
lurken
lebberen {ww.}
ik lebber
jij lebbert
hij/zij/het lebbert
ik slobber
jij slobbert
hij/zij/het slobbert
» meer vervoegingen van slobberen
flodderen, slodderen, slobberen, lubberen {ww.}
flodderen
slodderen
slobberen
lubberen {ww.}
slodderen
slobberen
lubberen {ww.}
ik flodder
jij floddert
hij/zij/het floddert
ik flodder
jij floddert
hij/zij/het floddert
» meer vervoegingen van flodderen