Vertaling van bagger

Inhoud:

Nederlands
Nederlands
bagger [v] {zn.}
bagger [v] {zn.}
opbaggeren, uitbaggeren, baggeren {ww.}
opbaggeren
uitbaggeren
baggeren {ww.}

ik bagger
jij baggert
hij/zij/het baggert

ik bagger op
jij baggert op
hij/zij/het baggert op
» meer vervoegingen van opbaggeren

slobber, slijk [o] (het ~), slik [o] (het ~), slib, prut, blubber [m] (de ~), bagger [m] (de ~), modder [m] (de ~) {zn.}
slobber
slijk [o] (het ~)
slik [o] (het ~)
slib
prut
blubber [m] (de ~)
bagger [m] (de ~)
modder [m] (de ~) {zn.}
baggeren {ww.}
baggeren {ww.}

ik bagger
jij baggert
hij/zij/het baggert

ik bagger
jij baggert
hij/zij/het baggert
» meer vervoegingen van baggeren

ploeteren, baggeren, blubberen {ww.}
ploeteren
baggeren
blubberen {ww.}

ik bagger
jij baggert
hij/zij/het baggert

ik ploeter
jij ploetert
hij/zij/het ploetert
» meer vervoegingen van ploeteren



Gerelateerd aan bagger

opbaggeren - uitbaggeren - baggeren - slobber - slijk - slik - slib - prut - blubber - modder - ploeteren - blubberenmengsel - graven - gaan