Vertaling van sloffen
Inhoud:
Nederlands
Nederlands
sloffen, sjokken {ww.}
sloffen
sjokken {ww.}
sjokken {ww.}
ik sjok
jij sjokt
hij/zij/het sjokt
ik slof
jij sloft
hij/zij/het sloft
» meer vervoegingen van sloffen
sleepvoeten, sloffen, schuifelen {ww.}
sleepvoeten
sloffen
schuifelen {ww.}
sloffen
schuifelen {ww.}
ik schuifel
jij schuifelt
hij/zij/het schuifelt
ik sleepvoet
jij sleepvoet
hij/zij/het sleepvoet
» meer vervoegingen van sleepvoeten
sloffen, sukkelen, sjokken {ww.}
sloffen
sukkelen
sjokken {ww.}
sukkelen
sjokken {ww.}
ik sjok
jij sjokt
hij/zij/het sjokt
ik slof
jij sloft
hij/zij/het sloft
» meer vervoegingen van sloffen
muil, slof (mv. sloffen), muiltje {zn.}
muil
slof (mv. sloffen)
muiltje {zn.}
slof (mv. sloffen)
muiltje {zn.}
Op de brug zit een mug met haar muil wijd open; zeven ezels, achttien kwezels zijn er in gekropen.
Op de brug zit een mug met haar muil wijd open; zeven ezels, achttien kwezels zijn er in gekropen.
ben , mand , korf , slof (mv. sloffen) {zn.}
ben
mand
korf
slof (mv. sloffen) {zn.}
mand
korf
slof (mv. sloffen) {zn.}
Leg alles in mijn korf.
Leg alles in mijn korf.
Er waren veel rotte appels in de mand.
Er waren veel rotte appels in de mand.
doos , slof (mv. sloffen) {zn.}
doos
slof (mv. sloffen) {zn.}
slof (mv. sloffen) {zn.}
slof {zn.}
slof {zn.}
slof , pantoffel {zn.}
slof
pantoffel {zn.}
pantoffel {zn.}
slof {zn.}
slof {zn.}