Vertaling van ben
mand
korf
slof {zn.}
zijn {ww.}
ik ben
jij bent
hij/zij/het is
ik ben
jij bent
hij/zij/het is
» meer vervoegingen van zijn
ik ben
jij bent
hij/zij/het is
ik ben
jij bent
hij/zij/het is
» meer vervoegingen van zijn
wezen {ww.}
ik ben
jij bent
hij/zij/het is
ik ben
jij bent
hij/zij/het is
» meer vervoegingen van zijn
uitmaken
vormen {ww.}
ik maak uit
jij maakt uit
hij/zij/het maakt uit
ik ben
jij bent
hij/zij/het is
» meer vervoegingen van zijn
ophouden
bezighouden
occuperen {ww.}
ik houd bezig
jij houdt bezig
hij/zij/het houdt bezig
ik ben
jij bent
hij/zij/het is
» meer vervoegingen van zijn
ik ben
jij bent
hij/zij/het is
ik ben
jij bent
hij/zij/het is
» meer vervoegingen van zijn
ik ben
jij bent
hij/zij/het is
ik ben
jij bent
hij/zij/het is
» meer vervoegingen van zijn
ik ben
jij bent
hij/zij/het is
ik ben
jij bent
hij/zij/het is
» meer vervoegingen van zijn
toeven
vertoeven
verwijlen
zijn
zitten
bevinden
wezen
ophouden
verkeren
uithangen {ww.}
ik bevind
jij bevindt
hij/zij/het bevindt
ik poos
jij poost
hij/zij/het poost
» meer vervoegingen van pozen
bedragen
komen
kosten
maken
worden
belopen {ww.}
hij/zij/het bedraagt
zij bedragen
ik beloop
hij/zij/het is
zij zijn
ik ben
» meer vervoegingen van zijn
Voorbeelden in zinsverband
Ik ben het.
Ik ben het.
Ben je een tovenaar?
Ben je een tovenaar?
Ben je thuis?
Ben je thuis?
Ik ben erg kort.
Ik ben erg kort.
Ben je doof?
Ben je doof?
Ik ben oude.
Ik ben oude.
Ben je klaar?
Ben je klaar?
Ik ben 19 jaar.
Ik ben 19 jaar.
Ik ben verkouden.
Ik ben verkouden.
Ik ben van Shikoku.
Ik ben van Shikoku.
Pardon, ik ben verdwaald.
Pardon, ik ben verdwaald.
Ik ben een held.
Ik ben een held.
Ik ben Antonio.
Ik ben Antonio.
Ik ben erg gevaarlijk.
Ik ben erg gevaarlijk.
Ik ben Susan Greene.
Ik ben Susan Greene.