Vertaling van som

Inhoud:

Nederlands
Nederlands
som {zn.}
som {zn.}
Het plan vereist een grote som geld.
Het plan vereist een grote som geld.
Het geheel is meer dan de som der delen.
Het geheel is meer dan de som der delen.
som, totaal, bedrag [o], totaalcijfer, totaalbedrag, summa, somma {zn.}
som
totaal
bedrag [o]
totaalcijfer
totaalbedrag
summa
somma {zn.}
Hij was totaal niet tevreden.
Hij was totaal niet tevreden.
Tatoeba: Omdat taal meer is dan een som van woorden.
Tatoeba: Omdat taal meer is dan een som van woorden.
som [m] (de ~), bedrag [o] (het ~), schijf [m] (de ~), beloop [o] (het ~), somma {zn.}
som [m] (de ~)
bedrag [o] (het ~)
schijf [m] (de ~)
beloop [o] (het ~)
somma {zn.}
Mijn harde schijf is bijna vol.
Mijn harde schijf is bijna vol.
De som van de kwadraten van de rechthoekszijden is gelijk aan het kwadraat van de hypotenusa.
De som van de kwadraten van de rechthoekszijden is gelijk aan het kwadraat van de hypotenusa.
som [m] (de ~), rekensom [m] (de ~) {zn.}
som [m] (de ~)
rekensom [m] (de ~) {zn.}
Het geld dat Chris nog niet heeft terugbetaald hoopt op tot een grote som.
Het geld dat Chris nog niet heeft terugbetaald hoopt op tot een grote som.
som [m] (de ~), totaal [o] (het ~) {zn.}
som [m] (de ~)
totaal [o] (het ~) {zn.}
Zij is totaal niet geinteresseerd in jongens.
Zij is totaal niet geinteresseerd in jongens.


Voorbeelden in zinsverband

Nederlands
Nederlands

Het plan vereist een grote som geld.

Het plan vereist een grote som geld.

Het geheel is meer dan de som der delen.

Het geheel is meer dan de som der delen.

Tatoeba: Omdat taal meer is dan een som van woorden.

Tatoeba: Omdat taal meer is dan een som van woorden.

De som van de kwadraten van de rechthoekszijden is gelijk aan het kwadraat van de hypotenusa.

De som van de kwadraten van de rechthoekszijden is gelijk aan het kwadraat van de hypotenusa.

Het geld dat Chris nog niet heeft terugbetaald hoopt op tot een grote som.

Het geld dat Chris nog niet heeft terugbetaald hoopt op tot een grote som.


Gerelateerd aan som

totaal - bedrag - totaalcijfer - totaalbedrag - summa - somma - schijf - beloop - rekensomgoed - opgave - alles