Vertaling van spekken
Inhoud:
Nederlands
Nederlands
spekken, larderen {ww.}
spekken
larderen {ww.}
larderen {ww.}
ik lardeer
jij lardeert
hij/zij/het lardeert
ik spek
jij spekt
hij/zij/het spekt
» meer vervoegingen van spekken
stoppen, volschenken, volmaken, spekken, invullen, vullen, dempen {ww.}
stoppen
volschenken
volmaken
spekken
invullen
vullen
dempen {ww.}
volschenken
volmaken
spekken
invullen
vullen
dempen {ww.}
ik demp
jij dempt
hij/zij/het dempt
ik stop
jij stopt
hij/zij/het stopt
» meer vervoegingen van stoppen
Ge moet stoppen met roken.
Ge moet stoppen met roken.
Ge moet stoppen met roken.
Ge moet stoppen met roken.
voorzien van, stijven, provianderen, spekken, bevoorraden {ww.}
voorzien van
stijven
provianderen
spekken
bevoorraden {ww.}
stijven
provianderen
spekken
bevoorraden {ww.}
ik bevoorraad
jij bevoorraadt
hij/zij/het bevoorraadt
ik stijf
jij stijft
hij/zij/het stijft
» meer vervoegingen van stijven
spekken {ww.}
spekken {ww.}
ik spek
jij spekt
hij/zij/het spekt
ik spek
jij spekt
hij/zij/het spekt
» meer vervoegingen van spekken