Vertaling van waken

Inhoud:

Nederlands
Nederlands
waken {ww.}
waken {ww.}

ik waak
jij waakt
hij/zij/het waakt

ik waak
jij waakt
hij/zij/het waakt
» meer vervoegingen van waken

waken {ww.}
waken {ww.}

ik waak
jij waakt
hij/zij/het waakt

ik waak
jij waakt
hij/zij/het waakt
» meer vervoegingen van waken

waken {ww.}
waken {ww.}

ik waak
jij waakt
hij/zij/het waakt

ik waak
jij waakt
hij/zij/het waakt
» meer vervoegingen van waken

waken {ww.}
waken {ww.}

ik waak
jij waakt
hij/zij/het waakt

ik waak
jij waakt
hij/zij/het waakt
» meer vervoegingen van waken

wake (mv. waken) {zn.}
wake (mv. waken) {zn.}
wachten, oppassen, waken, hoeden {ww.}
wachten
oppassen
waken
hoeden {ww.}

ik hoed
jij hoedt
hij/zij/het hoedt

ik wacht
jij wacht
hij/zij/het wacht
» meer vervoegingen van wachten

Laten de consuls oppassen
Laten de consuls oppassen
Het werk kan wachten.
Het werk kan wachten.
passen, waken, toezien {ww.}
passen
waken
toezien {ww.}

ik pas
jij past
hij/zij/het past

ik pas
jij past
hij/zij/het past
» meer vervoegingen van passen

Tom wil dit passen.
Tom wil dit passen.
Deze schoenen passen niet.
Deze schoenen passen niet.
wake [m] (de ~), waak {zn.}
wake [m] (de ~)
waak {zn.}


Gerelateerd aan waken

wake - wachten - oppassen - hoeden - passen - toezien - waakzitten - opblijven - achten - ritueel