Vertaling van zwier

Inhoud:

Nederlands
Nederlands
zwier, elegantie [v], zwierigheid [v], bevalligheid [v] {zn.}
zwier
elegantie [v]
zwierigheid [v]
bevalligheid [v] {zn.}
zwier [m] (de ~), slinger [m] (de ~), zwiep, zwaai [m] (de ~) {zn.}
zwier [m] (de ~)
slinger [m] (de ~)
zwiep
zwaai [m] (de ~) {zn.}
zwierigheid [v], zwier, vlotheid [v] {zn.}
zwierigheid [v]
zwier
vlotheid [v] {zn.}
zwaaien, zwieren {ww.}
zwaaien
zwieren {ww.}

ik zwaai
jij zwaait
hij/zij/het zwaait

ik zwaai
jij zwaait
hij/zij/het zwaait
» meer vervoegingen van zwaaien

Ik ben naar het vliegveld geweest om een vriend uit te zwaaien.
Ik ben naar het vliegveld geweest om een vriend uit te zwaaien.
Ik ben alleen even naar het vliegveld geweest om een vriend die naar Europa ging uit te zwaaien.
Ik ben alleen even naar het vliegveld geweest om een vriend die naar Europa ging uit te zwaaien.
zwirrelen, zwieren {ww.}
zwirrelen
zwieren {ww.}

ik zwier
jij zwiert
hij/zij/het zwiert

ik zwier
jij zwiert
hij/zij/het zwiert
» meer vervoegingen van zwieren

slingeren, zwaaien, zwiepen, zwieren, zwindelen, zwirrelen {ww.}
slingeren
zwaaien
zwiepen
zwieren
zwindelen
zwirrelen {ww.}

ik slinger
jij slingert
hij/zij/het slingert

ik slinger
jij slingert
hij/zij/het slingert
» meer vervoegingen van slingeren

gratie [v] (de ~), zwier [m] (de ~), sierlijkheid [v] (de ~), elegantie [m] (de ~), elegance, bevalligheid, élégance {zn.}
gratie [v] (de ~)
zwier [m] (de ~)
sierlijkheid [v] (de ~)
elegantie [m] (de ~)
elegance
bevalligheid
élégance {zn.}
zwieren {ww.}
zwieren {ww.}

ik zwier
jij zwiert
hij/zij/het zwiert

ik zwier
jij zwiert
hij/zij/het zwiert
» meer vervoegingen van zwieren

zwieren {ww.}
zwieren {ww.}

ik zwier
jij zwiert
hij/zij/het zwiert

ik zwier
jij zwiert
hij/zij/het zwiert
» meer vervoegingen van zwieren