Vertaling van paar

Inhoud:

Nederlands
Engels
paar [o] (het ~) {zn.}
couple
Het paar besloot een wees te adopteren.
The couple decided to adopt an orphan.
Mag ik een paar vragen stellen?
May I ask a couple of questions?
paar [o] (het ~) {zn.}
couple
twosome
duo
duet
Het oude paar gaf hun zoon op als vermist.
The old couple gave up their son for lost.
De klokken luidden, terwijl het paar de kerk verliet.
The bells chimed as the couple left the church.
duo [o], koppel, paar, stel, tweetal {zn.}
pair 
Ik kocht een paar laarzen.
I bought a pair of boots.
Tom bewaart een extra paar schoenen in de achterbak van zijn auto.
Tom keeps an extra pair of shoes in the trunk of his car.
duo [o], stelletje [o], koppel, paar, span, stel, tweetal {zn.}
couple 
pair 
paar [o] (het ~) {zn.}
couple
mates
match
De auto moet morgen naar de garage voor een grote beurt. Daar zal ik wel weer een paar honderd euro armer van worden.
Tomorrow, the car needs to go to the garage for a big service. It'll probably set me back a couple of hundreds of euros.
verzamelen, bijeenbrengen, bijeengaren, bijeenkrijgen, rapen, samenbrengen, verenigen, vergaren, paren, vergaderen, accumuleren, ophopen, opeenhopen {ww.}
to collect
to accumulate
to roll up
to hoard
to compile
to amass
to stack
to pile up
to heap 

ik paar

I collect
» meer vervoegingen van to collect

Autoramen verzamelen vorst op winterse ochtenden.
Car windows accumulate frost on winter mornings.
Ze probeerden hout te verzamelen in het bos.
They tried to collect wood from the forest.
gemeenschap hebben, paren {ww.}
to mate
to have sexual intercourse

ik paar

I mate
» meer vervoegingen van to mate

paren {ww.}
to mate
to unite 
to match 
to pair 
to couple 

ik paar

I mate
» meer vervoegingen van to mate

paren {ww.}
to mate
to match 
to pair 

ik paar

I mate
» meer vervoegingen van to mate

even, paar {bn.}
even
paren, copuleren {ww.}
to copulate
to couple
to mate
to pair

ik paar

I copulate
» meer vervoegingen van to copulate


Voorbeelden in zinsverband

Nederlands
Engels

Ik kocht een paar laarzen.

I bought a pair of boots.

Hij veranderde een paar woorden.

He changed a few words.

Ze kocht twee paar sokken.

She bought two pairs of socks.

Brian nam een paar rozen.

Brian took some roses.

Een paar jongens kwamen het klaslokaal binnen.

Some boys came into the classroom.

In het mandje zitten een paar appels.

There are few apples in the basket.

Kunt u ons een paar voorbeelden geven?

Please give us some examples.

Het paar besloot een wees te adopteren.

The couple decided to adopt an orphan.

Hij had een paar potloden moeten kopen.

He should have bought some pencils.

Ze verbleef er voor een paar dagen.

She stayed there for several days.

Tom neemt een paar dagen vrij.

Tom is taking a few days off.

We zijn waarschijnlijk een paar dagen weg.

We'll probably be away for a few days.

Mag ik een paar vragen stellen?

May I ask a couple of questions?

Ik wil een paar lege glazen.

I want a few empty glasses.

De telefoon ging een paar keer over.

The telephone rang several times.