Engels

Nederlands

Present

  • I take
  • you take
  • he/she/it takes
  • we take
  • you take
  • they take

Onvoltooid tegenwoordige tijd

  • ik verfilm
  • jij verfilmt
  • hij/zij/het verfilmt
  • wij verfilmen
  • jullie verfilmen
  • zij verfilmen

Simple past

  • I took
  • you took
  • he/she/it took
  • we took
  • you took
  • they took

Onvoltooid verleden tijd

  • ik verfilmde
  • jij verfilmde
  • hij/zij/het verfilmde
  • wij verfilmden
  • jullie verfilmden
  • zij verfilmden

Present perfect

  • I have taken
  • you have taken
  • he/she/it has taken
  • we have taken
  • you have taken
  • they have taken

Voltooid tegenwoordige tijd

  • ik heb verfilmd
  • jij hebt verfilmd
  • hij/zij/het heeft verfilmd
  • wij hebben verfilmd
  • jullie hebben verfilmd
  • zij hebben verfilmd

Past perfect

  • I had taken
  • you had taken
  • he/she/it had taken
  • we had taken
  • you had taken
  • they had taken

Voltooid verleden tijd

  • ik had verfilmd
  • jij had verfilmd
  • hij/zij/het had verfilmd
  • wij hadden verfilmd
  • jullie hadden verfilmd
  • zij hadden verfilmd

Future

  • I will take
  • you will take
  • he/she/it will take
  • we will take
  • you will take
  • they will take

Toekomende tijd I

  • ik zal verfilmen
  • jij zult verfilmen
  • hij/zij/het zal verfilmen
  • wij zullen verfilmen
  • jullie zullen verfilmen
  • zij zullen verfilmen

Future perfect

  • I will have taken
  • you will have taken
  • he/she/it will have taken
  • we will have taken
  • you will have taken
  • they will have taken

Toekomende tijd II

  • ik zal verfilmd hebben
  • jij zult verfilmd hebben
  • hij/zij/het zal verfilmd hebben
  • wij zullen verfilmd hebben
  • jullie zullen verfilmd hebben
  • zij zullen verfilmd hebben

Conditional present

  • I would take
  • you would take
  • he/she/it would take
  • we would take
  • you would take
  • they would take

Conditionalis I

  • ik zou verfilmen
  • jij zou verfilmen
  • hij/zij/het zou verfilmen
  • wij zouden verfilmen
  • jullie zouden verfilmen
  • zij zouden verfilmen

Conditional perfect

  • I would have taken
  • you would have taken
  • he/she/it would have taken
  • we would have taken
  • you would have taken
  • they would have taken

Conditionalis II

  • ik zou hebben verfilmd
  • jij zou hebben verfilmd
  • hij/zij/het zou hebben verfilmd
  • wij zouden hebben verfilmd
  • jullie zouden hebben verfilmd
  • zij zouden hebben verfilmd

Imperative

  • you take
  • you take

Imperatief

  • jij verfilm
  • jullie verfilmt

Verwijzingen

Bekijk 44 definitie(s) van take