Vertaling van remained

Inhoud:

Engels
Nederlands
to abide, to linger, to remain, to stay {ww.}
verwijlen
wijlen
vertoeven
verblijf houden
resideren
plakken 

I remained
you remained
he/she/it remained

ik verwijlde
jij verwijlde
hij/zij/het verwijlde
» meer vervoegingen van verwijlen

to be detained, to be kept in, to remain, to stay on, to lag, to straggle {ww.}
nablijven
achterblijven 

I remained
you remained
he/she/it remained

ik bleef na
jij bleef na
hij/zij/het bleef na
» meer vervoegingen van nablijven

to remain, to stay, to stay over, to abide, to keep, to rest, to stop {ww.}
blijven 
verblijven
toeven
resteren
resten
overblijven 

I remained
you remained
he/she/it remained

ik bleef
jij bleef
hij/zij/het bleef
» meer vervoegingen van blijven

I will stay there.
Ik zal daar blijven.
He can't stay long.
Hij kan niet lang blijven.
to remain, to rest, to stay {ww.}
blijven

I remained
you remained
he/she/it remained

ik bleef
jij bleef
hij/zij/het bleef
» meer vervoegingen van blijven

Will you stay at home?
Zult ge thuis blijven?
I'd rather stay at home.
Ik zou liever thuis blijven.
to continue, to remain, to stay, to stay on {ww.}
blijven
plakken

I remained
you remained
he/she/it remained

ik bleef
jij bleef
hij/zij/het bleef
» meer vervoegingen van blijven

You must continue to train.
Je moet blijven trainen.
to remain {ww.}
resten
overblijven

I remained
you remained
he/she/it remained

ik bleef over
jij bleef over
hij/zij/het bleef over
» meer vervoegingen van overblijven

to remain {ww.}
overblijven
resteren
overblijvend
overschieten

I remained
you remained
he/she/it remained

ik bleef over
jij bleef over
hij/zij/het bleef over
» meer vervoegingen van overblijven

to remain, to rest, to stay {ww.}
consolideren
stabiliseren
bestendigen

I remained
you remained
he/she/it remained

ik consolideerde
jij consolideerde
hij/zij/het consolideerde
» meer vervoegingen van consolideren

to persist, to remain, to stay {ww.}
blijven

I remained
you remained
he/she/it remained

ik bleef
jij bleef
hij/zij/het bleef
» meer vervoegingen van blijven

to continue, to remain, to stay, to stay on {ww.}
aanblijven

I remained
you remained
he/she/it remained

ik bleef aan
jij bleef aan
hij/zij/het bleef aan
» meer vervoegingen van aanblijven



Voorbeelden in zinsverband

Engels
Nederlands

They remained friends.

Ze bleven vrienden.

She remained single all her life.

Ze bleef heel haar leven vrijgezel.

Lincoln's parents remained poor all their lives.

Lincoln's ouders bleven hun hele leven arm.

"What do you mean?" Dima asked, but burped, for if he remained silent, this sentence would be too simple.

"Wat bedoel je?" vroeg Dima, maar liet een boer, want als hij stil zou blijven, zou deze zin te eenvoudig zijn.


Gerelateerd aan remained

abide - linger - remain - stay - be detained - be kept in - stay on - lag - straggle - stay over - keep - rest - stop - continue - persistbe - remain - keep - bear on - do work