Betekenis van:
allowance

allowance
Zelfstandig naamwoord
  • bijdrage in levensonderhoud, gift in geld
  • an amount allowed or granted (as during a given period)
"travel allowance"
"my weekly allowance of two eggs"

Hyperoniemen

Hyponiemen

allowance
Zelfstandig naamwoord
  • salaris voor een week werken
  • the act of allowing
"He objected to the allowance of smoking in the dining room"

Hyperoniemen

Hyponiemen

allowance
Zelfstandig naamwoord
  • toeslag die boven het normale salaris wordt uitgekeerd
  • an amount added or deducted on the basis of qualifying circumstances
"an allowance for profit"

Synoniemen

Hyperoniemen

Hyponiemen

allowance
Zelfstandig naamwoord
  • toegestane afwijking van een bepaalde norm
  • a permissible difference; allowing some freedom to move within limits

Synoniemen

Hyperoniemen

allowance
Zelfstandig naamwoord
  • het tijd verloren laten gaan
  • a permissible difference; allowing some freedom to move within limits

Synoniemen

Hyperoniemen

allowance
Zelfstandig naamwoord
  • bedrag in geld ter compensatie van bewezen diensten of geleden nadeel
  • a sum granted as reimbursement for expenses

Hyperoniemen

Hyponiemen

allowance
Zelfstandig naamwoord
  • voorgift
  • the act of allowing
"He objected to the allowance of smoking in the dining room"

Hyperoniemen

Hyponiemen

allowance
Zelfstandig naamwoord
  • inkomensaftrek
  • the act of allowing
"He objected to the allowance of smoking in the dining room"

Hyperoniemen

Hyponiemen

allowance
Zelfstandig naamwoord
    • a reserve fund created by a charge against profits in order to provide for changes in the value of a company's assets

    Synoniemen

    Hyperoniemen

    to allowance
    Werkwoord
      • put on a fixed allowance, as of food

      Hyperoniemen