Betekenis van:
beginning

beginning
Zelfstandig naamwoord
  • het begin of ontstaan van iets.
  • the action of entering a stage of existence

Synoniemen

beginning
Zelfstandig naamwoord
  • handeling waardoor men een begin met iets maakt
  • the act of starting something
"he was responsible for the beginning of negotiations"

Synoniemen

Hyperoniemen

Hyponiemen

beginning
Zelfstandig naamwoord
  • begin, startpunt; begin van iets dat groeit; plaats waar iets vandaan komt; oorsprong; oorsprong
  • the place where something begins, where it springs into being
"the Italian beginning of the Renaissance"

Synoniemen

Hyperoniemen

Hyponiemen

beginning
Zelfstandig naamwoord
  • tijd waarop iets begint
  • the time at which something is supposed to begin

Synoniemen

Hyperoniemen

Hyponiemen

beginning
Zelfstandig naamwoord
  • de eerste tijd van het bestaan van iets
  • the time at which something is supposed to begin

Synoniemen

Hyperoniemen

Hyponiemen

beginning
Zelfstandig naamwoord
    • the event consisting of the start of something
    "the beginning of the war"

    Hyperoniemen

    Hyponiemen

    beginning
    Zelfstandig naamwoord
    • proloog, voorspel
    • the first part or section of something
    "`It was a dark and stormy night' is a hackneyed beginning for a story"

    Hyperoniemen

    beginning
    Bijvoeglijk naamwoord
      • serving to begin
      "the beginning canto of the poem"

      Synoniemen

      Werkwoord


      Voorbeeldzinnen

      1. Something's beginning.
      2. We're just beginning.
      3. The beginning showed it.
      4. I'm just beginning.
      5. He's beginning to cry.
      6. I'm beginning to recall.
      7. Let's begin at the beginning.
      8. He's already beginning to talk.
      9. The concert is beginning now.
      10. It's beginning to get absorbed!
      11. It was just the beginning.
      12. Let's start from the beginning.
      13. They are beginning their homework.
      14. It was beginning to snow.
      15. This is just the beginning.