Betekenis van:
hasten

to hasten
Werkwoord
  • versnellen
  • act or move at high speed

Synoniemen

Hyperoniemen

to hasten
Werkwoord
  • zich begeven naar
  • move fast

Synoniemen

Hyperoniemen

Hyponiemen

to hasten
Werkwoord
  • suizen; snel voortbewegen; zoeven
  • move fast

Synoniemen

Hyperoniemen

Hyponiemen

to hasten
Werkwoord
  • de werking of ontwikkeling van iets begunstigen
  • contribute to the progress or growth of

Synoniemen

Hyperoniemen

Hyponiemen

to hasten
Werkwoord
  • zeer hard waaien
  • move fast

Synoniemen

Hyperoniemen

Hyponiemen

to hasten
Werkwoord
  • overmatig hard rijden
  • act or move at high speed

Synoniemen

Hyperoniemen

to hasten
Werkwoord
  • zich haastig voortbewegen; snel erheen gaan; zich snel voortbewegen; snellen
  • move fast

Synoniemen

Hyperoniemen

Hyponiemen

to hasten
Werkwoord
    • cause to occur rapidly

    Synoniemen

    Hyperoniemen

    to hasten
    Werkwoord
    • spoeden
    • act or move at high speed

    Synoniemen

    Hyperoniemen

    to hasten
    Werkwoord
      • speed up the progress of; facilitate

      Synoniemen

      Hyperoniemen

      to hasten
      Werkwoord
      • doorsnellen
      • move fast

      Synoniemen

      Hyperoniemen

      Hyponiemen

      to hasten
      Werkwoord
      • haasten, jachten, voortjagen, voortmaken, jagen
      • act or move at high speed

      Synoniemen

      Hyperoniemen

      to hasten
      Werkwoord
      • afraffelen, afraggen, aframmelen, afroffelen, afjakkeren
      • move fast

      Synoniemen

      Hyperoniemen

      Hyponiemen

      to hasten
      Werkwoord
      • doorvliegen
      • act or move at high speed

      Synoniemen

      Hyperoniemen