Betekenis van:
hatch

hatch
Zelfstandig naamwoord
  • afdekking voor opening in een vloer
  • a movable barrier covering a hatchway

Hyperoniemen

Hyponiemen

hatch
Zelfstandig naamwoord
    • the production of young from an egg

    Synoniemen

    Hyperoniemen

    hatch
    Zelfstandig naamwoord
    • doorgeefluik
    • a movable barrier covering a hatchway

    Hyperoniemen

    Hyponiemen

    hatch
    Zelfstandig naamwoord
    • onderdeur
    • shading consisting of multiple crossing lines

    Synoniemen

    Hyperoniemen

    to hatch
    Werkwoord
    • beramen
    • sit on (eggs)

    Synoniemen

    Hyperoniemen

    to hatch
    Werkwoord
    • (van vogels) op eieren zitten
    • sit on (eggs)

    Synoniemen

    Hyperoniemen

    to hatch
    Werkwoord
      • draw, cut, or engrave lines, usually parallel, on metal, wood, or paper
      "hatch the sheet"

      Hyperoniemen

      to hatch
      Werkwoord
      • uitkomen
      • emerge from the eggs
      "young birds, fish, and reptiles hatch"

      Hyperoniemen

      to hatch
      Werkwoord
        • inlay with narrow strips or lines of a different substance such as gold or silver, for the purpose of decorating

        Hyperoniemen

        to hatch
        Werkwoord
        • bebroeden
        • sit on (eggs)

        Synoniemen

        Hyperoniemen

        to hatch
        Werkwoord
        • schaduwen
        • sit on (eggs)

        Synoniemen

        Hyperoniemen

        to hatch
        Werkwoord
          • devise or invent

          Synoniemen

          Hyperoniemen

          Hyponiemen