Betekenis van:
multiply

to multiply
Werkwoord
  • tot een veelvoud maken, in aantal doen toenemen
  • combine or increase by multiplication
"He managed to multiply his profits"

Synoniemen

Hyperoniemen

Hyponiemen

to multiply
Werkwoord
  • vermenigvuldigen, multipliceren, verheffen
  • combine by multiplication
"multiply 10 by 15"

Hyperoniemen

Hyponiemen

to multiply
Werkwoord
  • voortplanten, vermenigvuldigen, reproduceren
  • have offspring or produce more individuals of a given animal or plant

Synoniemen

Hyperoniemen

Hyponiemen

to multiply
Werkwoord
    • have young (animals) or reproduce (organisms)

    Synoniemen

    Hyperoniemen

    Hyponiemen

    multiply
    Bijwoord
      • in several ways; in a multiple manner
      "they were multiply checked for errors"