Betekenis van:
mess up

to mess up
Werkwoord
  • verknoeien; verpesten; verknoeien; verknoeien; verknoeien; verpesten
  • make a mess of, destroy or ruin

Synoniemen

Hyperoniemen

to mess up
Werkwoord
  • verkankeren, inkankeren
  • disturb the smoothness of

Synoniemen

Hyperoniemen

to mess up
Werkwoord
  • overhoophalen
  • make a mess of or create disorder in

Synoniemen

Hyperoniemen

to mess up
Werkwoord
  • kledderen, kliederen, klodderen
  • make a mess of or create disorder in

Synoniemen

Hyperoniemen

to mess up
Werkwoord
  • stuntelen, hannesen, haspelen, klunzen, krukken
  • make a mess of, destroy or ruin

Synoniemen

Hyperoniemen

to mess up
Werkwoord
  • infesteren, vergallen, verkankelemienen, verkankeren, verkloten
  • make a mess of, destroy or ruin

Synoniemen

Hyperoniemen

Werkwoord