Betekenis van:
passing

passing
Bijvoeglijk naamwoord
allowing you to pass (e.g., an examination or inspection) satisfactorily
passing
Bijvoeglijk naamwoord
snel en oppervlakkig; zonder onderbrekingen
hasty and without attention to detail; not thorough

Synoniemen

Hyperoniemen

passing
Bijvoeglijk naamwoord
niet diep
hasty and without attention to detail; not thorough

Synoniemen

passing
Bijvoeglijk naamwoord
niet diepgaand
hasty and without attention to detail; not thorough

Synoniemen

Hyperoniemen

passing
Bijvoeglijk naamwoord
werktuiglijk
hasty and without attention to detail; not thorough

Synoniemen

Hyperoniemen

passing
Bijvoeglijk naamwoord
een dag durend
lasting a very short time

Synoniemen

passing
Bijvoeglijk naamwoord
of advancing the ball by throwing it

Synoniemen

passing
Bijvoeglijk naamwoord
overgedragen kunnende worden
lasting a very short time

Synoniemen

passing
Bijvoeglijk naamwoord
oppervlakkig
hasty and without attention to detail; not thorough

Synoniemen

passing
Bijvoeglijk naamwoord
vluchtig, als bijzaak
hasty and without attention to detail; not thorough

Synoniemen

Hyperoniemen

passing
Bijvoeglijk naamwoord
niet duurzaam
lasting a very short time

Synoniemen

Hyperoniemen

passing
Bijvoeglijk naamwoord
niet vast en niet los
hasty and without attention to detail; not thorough

Synoniemen

Hyperoniemen

passing
Zelfstandig naamwoord
the end of something

Hyperoniemen

passing
Zelfstandig naamwoord
beoordelingscijfer dat slagen aangeeft
(American football) a play that involves one player throwing the ball to a teammate

Synoniemen

Hyperoniemen

Hyponiemen

passing
Zelfstandig naamwoord
the motion of one object relative to another

Synoniemen

Hyperoniemen

passing
Zelfstandig naamwoord
euphemistic expressions for death

Synoniemen

Hyperoniemen

passing
Zelfstandig naamwoord
going by something that is moving in order to get in front of it

Synoniemen

Hyperoniemen

passing
Zelfstandig naamwoord
a bodily reaction of changing from one place or stage to another

Synoniemen

Hyperoniemen

passing
Zelfstandig naamwoord
samenspel met bal die rondgaat
(American football) a play that involves one player throwing the ball to a teammate

Synoniemen

Hyperoniemen

Hyponiemen

passing
Zelfstandig naamwoord
success in satisfying a test or requirement

Synoniemen

Hyperoniemen

passing
Bijwoord
to an extreme degree

Synoniemen

Werkwoord