Betekenis van:
supply

supply
Zelfstandig naamwoord
  • aangeleverde goederen
  • an amount of something available for use

Hyperoniemen

Hyponiemen

supply
Zelfstandig naamwoord
  • het ter beschikking stellen
  • the activity of supplying or providing something

Synoniemen

Hyperoniemen

Hyponiemen

supply
Zelfstandig naamwoord
  • het van voorraad voorzien
  • the activity of supplying or providing something

Synoniemen

Hyperoniemen

Hyponiemen

supply
Zelfstandig naamwoord
    • offering goods and services for sale

    Hyperoniemen

    to supply
    Werkwoord
    • verschaffen
    • give what is desired or needed, especially support, food or sustenance

    Synoniemen

    Hyperoniemen

    Hyponiemen

    to supply
    Werkwoord
    • verschaffen
    • give what is desired or needed, especially support, food or sustenance

    Synoniemen

    Hyperoniemen

    Hyponiemen

    to supply
    Werkwoord
      • circulate or distribute or equip with
      "supply blankets for the beds"

      Synoniemen

      Hyperoniemen

      Hyponiemen

      to supply
      Werkwoord
      • toevoeren
      • give what is desired or needed, especially support, food or sustenance

      Synoniemen

      Hyperoniemen

      Hyponiemen

      to supply
      Werkwoord
      • toeleveren
      • give what is desired or needed, especially support, food or sustenance

      Synoniemen

      Hyperoniemen

      Hyponiemen

      to supply
      Werkwoord
      • voeden
      • give what is desired or needed, especially support, food or sustenance

      Synoniemen

      Hyperoniemen

      Hyponiemen

      to supply
      Werkwoord
        • state or say further

        Synoniemen

        Hyperoniemen

        Hyponiemen