Betekenis van:
tongue

tongue
Zelfstandig naamwoord
  • beweegbaar orgaan in de mond
  • a mobile mass of muscular tissue covered with mucous membrane and located in the oral cavity

Synoniemen

Hyperoniemen

tongue
Zelfstandig naamwoord
  • pin op een rad of schijf waarmee een beweging overgebracht wordt
  • metal striker that hangs inside a bell and makes a sound by hitting the side

Synoniemen

Hyperoniemen

tongue
Zelfstandig naamwoord
  • veer op de smalle kant van een plank
  • metal striker that hangs inside a bell and makes a sound by hitting the side

Synoniemen

Hyperoniemen

tongue
Zelfstandig naamwoord
  • staaf in een klok om hem te doen klinken
  • metal striker that hangs inside a bell and makes a sound by hitting the side

Synoniemen

Hyperoniemen

tongue
Zelfstandig naamwoord
    • a manner of speaking
    "he spoke with a thick tongue"
    "she has a glib tongue"

    Hyperoniemen

    Hyponiemen

    tongue
    Zelfstandig naamwoord
      • any long thin projection that is transient
      "tongues of flame licked at the walls"

      Synoniemen

      Hyperoniemen

      tongue
      Zelfstandig naamwoord
        • the tongue of certain animals used as meat

        Hyperoniemen

        Hyponiemen

        tongue
        Zelfstandig naamwoord
        • messing
        • the flap of material under the laces of a shoe or boot

        Hyperoniemen

        tongue
        Zelfstandig naamwoord
        • claqueur
        • metal striker that hangs inside a bell and makes a sound by hitting the side

        Synoniemen

        Hyperoniemen

        tongue
        Zelfstandig naamwoord
          • a narrow strip of land that juts out into the sea

          Synoniemen

          Hyperoniemen

          to tongue
          Werkwoord
            • lick or explore with the tongue

            Hyperoniemen

            to tongue
            Werkwoord
              • articulate by tonguing, as when playing wind instruments

              Hyperoniemen

              Hyponiemen