Betekenis van:
bouwen

bouwen
Werkwoord
  • in elkaar zetten
"een huis bouwen"
"luchtkastelen bouwen"

Hyperoniemen

Hyponiemen

bouwen
Werkwoord
  • een constructie oprichten door het samenvoegen van onderdelen
"Dit kasteel werd in de dertiende eeuw gebouwd."
bouwen
Werkwoord
  • ''~ op:'' zich verlaten op
"Iemand waarop je kunt bouwen is een betrouwbaar persoon."
bouw (de ~ | meervoud bouwen)
Zelfstandig naamwoord
  • terrein om te bebouwen; bouwterrein
"de bouw betreden"

Synoniemen

Hyperoniemen

Hyponiemen

Werkwoord