Betekenis van:
drukken

drukken
Werkwoord
  • duwen
"drukken op (een knop)"
"iemand de hand drukken"

Hyperoniemen

Hyponiemen

drukken
Werkwoord
  • letters etc. afdrukken
"een letter op papier drukken"
"drukken op"

Hyperoniemen

Hyponiemen

drukken
Werkwoord
  • minderen
"de kosten drukken"

Hyperoniemen

drukken
Werkwoord
  • kracht uitoefenen op
"Door te drukken tegen de deur zal deze opengaan."
drukken
Werkwoord
  • poepen
"De jongen moest nodig drukken."
drukken
Werkwoord
  • verkort voor afdrukken
"Wil je die folders al laten drukken?"
drukken
Werkwoord
  • ''iemand iets in de handen ~'': iemand iets geven of hij nu wil of niet
"Vandaag kreeg ik een agenda in mijn handen gedrukt."
druk (de ~ | meervoud drukken)
Zelfstandig naamwoord
  • uitgave v.e. boek; oplage; uitgave
"de [eerste/tweede] druk"
"een (geheel) herziene druk"

Synoniemen

Hyperoniemen

druk (de ~ | meervoud drukken)
Zelfstandig naamwoord
  • druk door last; duwende kracht
"druk tegen [de wand]"
"de druk is van de ketel"

Synoniemen

Hyperoniemen

Hyponiemen

Werkwoord