Betekenis van:
stoten

stoten
Werkwoord
  • met schok verplaatsen
"iemand omver stoten"
"iemand in zijn rug stoten"

Hyperoniemen

Hyponiemen

stoten
Werkwoord
  • (een gewicht) boven de schouders brengen en daarna omhoog heffen
"(zestig) kilo stoten"

Hyperoniemen

stoten
Werkwoord
  • door een stoot bezeren
"je knie tegen/aan de rand van het bed stoten"

Hyperoniemen

stoten
Werkwoord
  • een stoot uitvoeren

Hyperoniemen

Hyponiemen

stoten
Werkwoord
  • (van roofvogels) met kracht op een prooi neerschieten

Hyperoniemen

stoten
Werkwoord
  • met een korte snelle beweging (weg)duwen
stoot (de ~ | meervoud stoten)
Zelfstandig naamwoord
  • harde duw; duw of stoot
"de stoot tot iets geven"
"op stoot"

Synoniemen

Hyperoniemen

stoot (de ~ | meervoud stoten)
Zelfstandig naamwoord
  • lichamelijk aantrekkelijke man of vrouw
"een lekkere stoot"

Synoniemen

Hyperoniemen

Werkwoord