Betekenis van:
fok

fok (de ~ | meervoud fokken)
Zelfstandig naamwoord
  • hulpmiddel bij het kijken; (informeel) bril
"de fok erbij opzetten"

Synoniemen

Hyperoniemen

Hyponiemen

fok (de ~)
Zelfstandig naamwoord
  • teelt van dieren; het fokken

Synoniemen

Hyperoniemen

Hyponiemen

fok
Zelfstandig naamwoord
  • ; driehoekig zeil bevestigd aan de voorstag
fok
Zelfstandig naamwoord
  • ; het onderste razeil aan de fokkemast van vierkantgetuigde schepen
fok
Zelfstandig naamwoord
  • het fokken, de teelt van dieren (geen meervoud)
fok
Zelfstandig naamwoord
  • bril

Werkwoord


Voorbeeldzinnen

  1. Fok- of vermeerderingsbeslagen (kruisingen)
  2. Fok- of vermeerderingsbeslagen (kruisingen)
  3. Fokken: voor fok- en gebruiksdieren.
  4. BPP (fok- of gebruikspluimvee m.u.v. loopvogels)
  5. de gedode fok- en legkippen Gallus gallus;
  6. Veterinair certificaat voor als landbouwhuisdier gehouden fok- en/of gebruiksschapen (Ovis aries) en fok- en/of gebruiksgeiten (Capra hircus).
  7. Dit certificaat is voor levende als landbouwhuisdier gehouden fok- en gebruiksschapen (Ovis aries) en fok- en gebruiksgeiten (Capra hircus).
  8. Geregistreerde paardachtigen, als fok- en gebruiksdieren gehouden paardachtigen, als slachtdieren gehouden paardachtigen
  9. Veterinair certificaat voor als landbouwhuisdier gehouden fok- en/of gebruiksvarkens (Sus scrofa).
  10. Voetnoten(1) Fok- of gebruiksdier van de soorten Equus caballus, Equus asinus en kruisingen daarvan.
  11. Aantal en soort (fok-, mestvarkens en biggen [1] Dieren jonger dan ongeveer drie maanden.
  12. Veterinair certificaat voor fok- of gebruikspluimvee met uitzondering van loopvogels (BPP)
  13. „Model van veterinair certificaat voor fok- of gebruikspluimvee met uitzondering van loopvogels (BPP)
  14. Aantal en soort (fok-, mestvarkens en biggen [1]) varkens op de besmette bedrijven
  15. Permanente invoer van geregistreerde paardachtigen en van als fok- en gebruiksdier gehouden paardachtigen