Betekenis van:
gezel

gezel (de ~ | meervoud gezellen)
Zelfstandig naamwoord
  • lagere rang in een gilde
"leerling, gezel en meester zijn de rangen in het gildenwezen"

Hyperoniemen

Hyponiemen

gezel (de ~ | meervoud gezellen)
Zelfstandig naamwoord
  • ondergeschikt handwerksman
"de gezellen van de metselaar"

Hyperoniemen

Hyponiemen

gezel (de ~ | meervoud gezellen)
Zelfstandig naamwoord
  • iemand met wie je vaak en graag omgaat; (reis)genoot; vriend; makker; goede vriend; kameraad; maat; iemand met wie je vaak en graag omgaat; makker
"de vogels zijn onze gezellen"

Synoniemen

Hyperoniemen

Hyponiemen