Betekenis van:
vriendin
vriendin (de ~ | meervoud vriendinnen)
Zelfstandig naamwoord
- iemand met wie je vaak en graag omgaat; (reis)genoot; vriend; makker; goede vriend; kameraad; maat; iemand met wie je vaak en graag omgaat; makker
"zij zijn al jarenlang vriendinnen"
"dikke vriendinnen"
Synoniemen
Hyperoniemen
Hyponiemen
vriendin
Zelfstandig naamwoord
- de vrouwelijke persoon waarmee je verkering hebt
Voorbeeldzinnen
- Zijn vriendin is Japans.
- Toms nieuwe vriendin is vegetarisch.
- Ik begin mijn vriendin te missen.
- Mijn vriendin houdt er ook van om te drinken.
- Mike heeft een vriendin die in Chicago woont.
- Hoe vaak moet ik nog herhalen dat ze mijn vriendin niet is?
- Hoe kan je er zeker van zijn dat je vriendin geen orgasme veinst?
- Jim is boos omdat zijn vriendin hem liet zitten bij hun filmafspraakje. Hij stond wel een uur in de regen op haar te wachten.