Betekenis van:
vriendin

vriendin (de ~ | meervoud vriendinnen)
Zelfstandig naamwoord
  • iemand met wie je vaak en graag omgaat; (reis)genoot; vriend; makker; goede vriend; kameraad; maat; iemand met wie je vaak en graag omgaat; makker
"zij zijn al jarenlang vriendinnen"
"dikke vriendinnen"

Synoniemen

Hyperoniemen

Hyponiemen

vriendin (de ~ | meervoud vriendinnen)
Zelfstandig naamwoord
  • geliefde; geliefde; geliefde; geliefde
"hij heeft sinds kort een vriendin"
"een vaste vriendin"

Synoniemen

Hyperoniemen

Hyponiemen

vriendin
Zelfstandig naamwoord
  • de vrouwelijke persoon waarmee je verkering hebt

Voorbeeldzinnen

  1. Zijn vriendin is Japans.
  2. Toms nieuwe vriendin is vegetarisch.
  3. Ik begin mijn vriendin te missen.
  4. Mijn vriendin houdt er ook van om te drinken.
  5. Mike heeft een vriendin die in Chicago woont.
  6. Hoe vaak moet ik nog herhalen dat ze mijn vriendin niet is?
  7. Hoe kan je er zeker van zijn dat je vriendin geen orgasme veinst?
  8. Jim is boos omdat zijn vriendin hem liet zitten bij hun filmafspraakje. Hij stond wel een uur in de regen op haar te wachten.