Betekenis van:
goedvinden

Werkwoord

goedvinden
toestemming verlenen
"Hij vond die wijzigingen niet goed."
goedvinden
goedkeuren; akkoord gaan; toestaan; na keuring in orde bevinden
"met goedvinden van [de burgemeester]"
"goedvinden dat ..."

Synoniemen

Hyperoniemen

Hyponiemen

Zelfstandig naamwoord

goedvinden (het ~)
akkoord; gunstblijk v.e. hogere macht; toestemming voor iets; toelating
"met/zonder uw goedvinden"
"wederzijds/onderling goedvinden"

Synoniemen

Hyperoniemen

Hyponiemen