Betekenis van:
rijmen

rijmen
Werkwoord
  • rijmen maken
"goed kunnen rijmen"

Synoniemen

Hyperoniemen

rijmen
Werkwoord
  • rijp vertonen

Hyperoniemen

Hyponiemen

rijmen
Werkwoord
  • goedkeuren; instemming getuigen met; standpunt delen; erkennen; onderschrijven

Synoniemen

Hyperoniemen

Hyponiemen

rijmen
Werkwoord
  • broederschap doen sluiten

Synoniemen

Hyperoniemen

rijmen
Werkwoord
  • aanvullend betalen; een bedrag aanvullen

Synoniemen

Hyperoniemen

rijmen
Werkwoord
  • goedkeuren; akkoord gaan; toestaan; na keuring in orde bevinden

Synoniemen

Hyperoniemen

Hyponiemen

rijm (het ~ | meervoud rijmen)
Zelfstandig naamwoord
  • kort rijmend gedicht; klein gedicht; rijmend gedicht
"De kleuter wilde het rijmpje van Duimelot nog een keer horen."

Synoniemen

Hyperoniemen

Hyponiemen