Betekenis van:
grijpen

grijpen
Werkwoord
  • beweging maken om iets te pakken
"naar iets grijpen"
"om zich heen grijpen"

Hyperoniemen

Hyponiemen

grijpen
Werkwoord
  • beetpakken om iets vast te houden, te bemachtigen of tegen te houden
"hij greep zijn jas en verliet de kamer"
"iemand bij zijn jas grijpen"

Hyperoniemen

Hyponiemen

grijpen
Werkwoord
  • plotseling iets of iemand beetpakken
"Hij wist snel de peuter te grijpen voor deze in de kolkende rivier viel."
grijp (de ~ | meervoud grijpen)
Zelfstandig naamwoord
  • soort fabeldier; griffioen

Synoniemen

Hyperoniemen

Werkwoord