Betekenis van:
kapen

kapen
Werkwoord
  • (een voertuig) onder bedreiging met geweld overmeesteren en de inzittenden gijzelen
"een vliegtuig/trein/bus/schip kapen"

Hyperoniemen

kapen
Werkwoord
  • ontvreemden; pikken; stelen; jatten; snel wegpakken; jatten; jatten
"de sleutels van je collega kapen"

Synoniemen

Hyperoniemen

Hyponiemen

kapen
Werkwoord
  • het stelen van een voertuig (vrnl. schepen en vliegtuigen)
kapen
Werkwoord
  • het overvallen van een voertuig onderweg en het overnemen van dat voertuig, al dan niet gepaard met het gijzelen van inzittenden
kaap (de ~ | meervoud kapen)
Zelfstandig naamwoord
  • limiet
"een kaap nemen/ronden/overschrijden"

Synoniemen

Hyperoniemen

Hyponiemen

kaap (de ~ | meervoud kapen)
Zelfstandig naamwoord
  • in zee vooruitstekende punt van het land
"een kaap ronden"

Synoniemen

Hyperoniemen

Hyponiemen

kaap (de ~ | meervoud kapen)
Zelfstandig naamwoord
  • in zee vooruitstekende landpunt
"een ijzeren kaap"

Synoniemen

Hyperoniemen

Werkwoord