Betekenis van:
kapen

kapen
Werkwoord
  • (een voertuig) onder bedreiging met geweld overmeesteren en de inzittenden gijzelen
"een vliegtuig/trein/bus/schip kapen"

Hyperoniemen

kapen
Werkwoord
  • ontvreemden; pikken; stelen; jatten; snel wegpakken; jatten; jatten
"de sleutels van je collega kapen"

Synoniemen

Hyperoniemen

Hyponiemen

kapen
Werkwoord
  • het stelen van een voertuig (vrnl. schepen en vliegtuigen)
kapen
Werkwoord
  • het overvallen van een voertuig onderweg en het overnemen van dat voertuig, al dan niet gepaard met het gijzelen van inzittenden
kaap (de ~ | meervoud kapen)
Zelfstandig naamwoord
  • limiet
"een kaap nemen/ronden/overschrijden"

Synoniemen

Hyperoniemen

Hyponiemen

kaap (de ~ | meervoud kapen)
Zelfstandig naamwoord
  • in zee vooruitstekende punt van het land
"een kaap ronden"

Synoniemen

Hyperoniemen

Hyponiemen

kaap (de ~ | meervoud kapen)
Zelfstandig naamwoord
  • in zee vooruitstekende landpunt
"een ijzeren kaap"

Synoniemen

Hyperoniemen

Werkwoord


Voorbeeldzinnen

  1. „een BTW-nummer kapen”: onwettig gebruikmaken van het BTW-identificatienummer van een andere ondernemer.
  2. De Commissie zou er nu met name voor moeten zorgen dat Sernam niet over zodanige liquiditeiten kan beschikken dat het bedrijf, zoals het nu doet, lagere prijzen dan het marktniveau kan blijven toepassen en door kan gaan met ervaren personeel bij zijn concurrenten weg te kapen (zie punt 96 van de samenvatting van de Commissie);