Betekenis van:
omwisselen

omwisselen
Werkwoord
  • het één ruilen voor het ander
"Hij wisselde zijn kaarten voor de voorstelling om voor kaarten voor een andere datum."
omwisselen
Werkwoord
  • het één van plaats ruilen met het ander
"Hij wisselde de beide beeldjes om."
omwisselen
Werkwoord
  • (een of meer voorwerpen) in de plaats van andere geven of aannemen
"een bankbiljet omwisselen tegen munten"
"guldens omwisselen tegen dollars"

Synoniemen

Hyperoniemen

Hyponiemen