Betekenis van:
wisselen

Werkwoord

wisselen
het een voor het ander nemen of geven
"Kunt u dit product voor mij wisselen?"
wisselen
groot geld ruilen voor klein geld of geld ruilen voor andere valuta
"Ik wil graag honderd euro wisselen. Kan dat hier?"
wisselen
''(onovergankelijk)'' op een ander spoor overgaan van treinen
"De trein moest snel wisselen."
wisselen
''(onovergankelijk)'' veranderen
"Hij moest van de leraar van plaats wisselen."
wisselen
het een voor het ander nemen of geven
"van [plaats/schoenen/rijbaan] wisselen"
"geld wisselen"

Hyperoniemen

wisselen
groot geld ruilen voor klein geld of geld ruilen voor andere valuta
"geld wisselen"
"stuivertje wisselen"

Hyperoniemen

wisselen
(van treinen) op een ander spoor overgaan

Hyperoniemen

Werkwoord