Betekenis van:
opwinden
opwinden
Werkwoord
- rond een as of klos wikkelen
"Zij wond de draad op rond een klosje."
opwinden
Werkwoord
- draaiend onder spanning zetten
"Zij wond de oude wekker op, maar de veer begaf het."
opwinden
Werkwoord
- in staat van agitatie brengen
"Die onbeschofte opmerking wond hem vreselijk op."
opwinden
Werkwoord
- ''zich ~ over'': iets doen dat tot emotionele spanning leidt
"Hij had zich daarover veel te veel opgewonden."
opwinden
Werkwoord
- iemand seksueel prikkelen; prikkelen; stimuleren
"opgewonden raken"
"iemand seksueel opwinden"
Synoniemen
Hyperoniemen
Hyponiemen
Voorbeeldzinnen
- Klossen, hulzen, ..., van papier/karton, voor het opwinden van textielgarens
- Klossen, hulzen, ..., van papier/karton, voor het opwinden van textielgarens
- machines voor het spoelen, opwinden (inslagspoelmachines daaronder begrepen) of afhaspelen van textielstoffen