Betekenis van:
pin

pin (de ~ | meervoud pinnen)
Zelfstandig naamwoord
  • klein staafje; klein staafje om iets te bevestigen, of waarop iets draait
"iemand de pin op de neus zetten"

Synoniemen

Hyperoniemen

Hyponiemen

pin
Zelfstandig naamwoord
  • stok geplaatst in de hole

Hyperoniemen

pin
Zelfstandig naamwoord
  • een dun metalen staafje waarmee iets bevestigd kan worden
pin
Zelfstandig naamwoord
  • gierig persoon; iemand die op geld aast; iemand die zeer zuinig doet; gierig iemand; gierig iemand; geldzuchtig, inhalig mens; gereedschap om mee te schrapen; gierig iemand; gierig iemand

Synoniemen

Hyperoniemen

pin
Zelfstandig naamwoord
  • klemmetje om de was op te hangen; klemmetje om iets op te hangen; knijpertje om nat goed aan een drooglijn vast te klemmen; klemmetje om de was op te hangen; knijper, wasknijper

Synoniemen

Hyperoniemen

pin (de ~ | meervoud pinnen)
Zelfstandig naamwoord
  • gemene vrouw; pinnig iemand; gemene vrouw

Synoniemen

Hyperoniemen

Werkwoord