Betekenis van:
slang
slang (de ~ | meervoud slangen)
Zelfstandig naamwoord
- buigzame buis voor vloeistof
"een slang afkoppelen"
Hyperoniemen
Hyponiemen
slang
Zelfstandig naamwoord
- koers met beperkte ruimte voor onderlinge koersfluctuaties
Synoniemen
Hyperoniemen
slang
Zelfstandig naamwoord
- een reptiel met een relatief lang lijf en een vaak glad lichaam zonder ledematen
slang
Zelfstandig naamwoord
- een buigzame buis
slang (het ~)
Zelfstandig naamwoord
- vaktaal; taal v.e. (sociale) groep; informele taal v.e. bepaalde groep
Synoniemen
Hyperoniemen
Voorbeeldzinnen
- Het is de slang die Eva verleidt.
- Chileense slang
- Binnendiameter van de slang
- Bevestiging van slang en koppelingen
- Thamnophis sirtalis Gewone kousenband-slang
- De slang moet tenminste 150000 impulsen ondergaan.
- Binnendiameter van de slang [in mm]
- „Flexibele brandstofleiding”: een flexibele buis of slang waardoor aardgas stroomt.
- De lekkage door de wand van de slang mag per 24 uur niet meer dan 95 cm3 per meter slang bedragen.
- De binnendiameter van de slang moet voldoen aan tabel 1 van ISO-norm 1307.
- Na de impulstest moet de slang bestand zijn tegen de in punt 2.5.4.2 genoemde testdruk.
- Het geheel van slang en koppelingen dient een impulstest te ondergaan overeenkomstig ISO-norm 1436.
- Na de test moet de slang bestand zijn tegen de in punt 1.5.5.2 genoemde testdruk.
- Na de test moet de slang bestand zijn tegen de in punt 3.5.5.2 genoemde testdruk.
- De slang dient te zijn berekend op temperaturen van –25 °C tot +80 °C.