Betekenis van:
richting
richting
Zelfstandig naamwoord
- de juiste kant
"De richting was niet duidelijk aangegeven."
richting (de ~ | meervoud richtingen)
Zelfstandig naamwoord
- gezindheid, denkwijze
"een godsdienstige/politieke richting"
Synoniemen
Hyperoniemen
richting
Voorzetsel
- de kant op van, in de richting van
"Hij ging richting het toilet."
Voorbeeldzinnen
- De jachthond liep richting het bos.
- In welke richting ging hij heen?
- Hij kon altijd zeggen in welke richting de wind blies.
- Noord is de richting die tegenovergesteld is aan zuid.
- We haastten ons in de richting van het vuur.
- Verticale richting
- Uitbreiding richting Noordwest-Spanje
- Richting (X) [9]
- In achterwaartse richting
- Datum: Tijdstip: : Activiteit: Richting: Positie:
- richting van de beweging, inkomend of uitgaand;
- Verlenging van loods 3 in zuidoostelijke richting
- in noordelijke richting tot aan de N9,
- in noordelijke richting tot aan de N42,
- RICHTING VAN HET NIET-VOLTOOIDE FORMELE ONDERWIJS