Betekenis van:
stenen

stenen
Bijvoeglijk naamwoord
  • (als) van steen
"een stenen huis/muur/vloer/beeld/pijp"
"het Stenen Tijdperk"
stenen
Bijvoeglijk naamwoord
  • gemaakt van steen
"De stenen gevel werd verwijderd."
steen (de ~ | meervoud stenen)
Zelfstandig naamwoord
  • stuk harde, niet smeed- of brandbare delfstof in zijn natuurlijke vorm
"geen steen op de andere laten"
"de onderste steen moet boven komen"

Hyperoniemen

Hyponiemen

steen (het ~ | meervoud stenen)
Zelfstandig naamwoord
  • burcht; kasteel; burcht; burcht gebouwd van steen

Synoniemen

Hyperoniemen

steen (de ~ | meervoud stenen)
Zelfstandig naamwoord
  • speelstuk in een spel

Hyperoniemen

Hyponiemen