Betekenis van:
tellen

tellen
Werkwoord
  • het aantal bepalen waaruit een hoeveelheid bestaat
"je geld tellen"
"je zegeningen tellen"

Synoniemen

Hyperoniemen

Hyponiemen

tellen
Werkwoord
  • een reeks van getallen of hoeveelheden in de natuurlijke volgorde opnoemen
"tot [honderd/tweehonderd] tellen"
"je kijkt of je niet tot tien/drie kunt tellen"

Hyperoniemen

Hyponiemen

tellen
Werkwoord
  • aantal bepalen
tel (de ~ | meervoud tellen)
Zelfstandig naamwoord
  • het tellen; het tellen of geteld worden
"de tel kwijt zijn"

Synoniemen

Hyperoniemen

Hyponiemen

tel (de ~ | meervoud tellen)
Zelfstandig naamwoord
  • viervoeter die links-rechts loopt; paard dat rechts-links loopt

Synoniemen

Hyperoniemen

Werkwoord