Betekenis van:
versieren

versieren
Werkwoord
  • het hof maken
"meisjes versieren"

Hyperoniemen

versieren
Werkwoord
  • iets meer aantrekkelijk of mooier maken
"Zij versieren de huiskamer voor de verjaardag van hun zoontje."
versieren
Werkwoord
  • langs (veelal officieuze) weg regelen
"Hij wist nog mooie plekken voor het concert te versieren."
versieren
Werkwoord
  • verleiden
"Hij probeerde een collega te versieren."
versieren
Werkwoord
  • optooien; versieren; versieren; optooien; opschikken; tooien; tooien
"iets met slingers en ballonnen versieren"
"eieren versieren"

Synoniemen

Hyperoniemen

Hyponiemen