Vertaling van assemble

Inhoud:

Engels
Nederlands
to assemble, to erect, to mount, to set, to stage {ww.}
zetten 
monteren 

I assemble
you assemble
we assemble

ik zet
jij zet
wij zetten
» meer vervoegingen van zetten

We set out traps for catching cockroaches.
We zetten vallen om kakkerlakken te vangen.
to assemble {ww.}
groeperen
ophopen
verzamelen 

I assemble
you assemble
we assemble

ik groepeer
jij groepeert
wij groeperen
» meer vervoegingen van groeperen

to assemble {ww.}
assembleren

I assemble
you assemble
we assemble

ik assembleer
jij assembleert
wij assembleren
» meer vervoegingen van assembleren

to assemble, to congregate, to gather, to meet, to convene {ww.}
samenkomen
bijeenkomen 
vergaderen

I assemble
you assemble
we assemble

ik kom samen
jij komt samen
wij komen samen
» meer vervoegingen van samenkomen

Let's meet the day after tomorrow.
Laten we overmorgen samenkomen.
to collect, to gather, to pick up, to assemble, to raise {ww.}
collecteren
innen
inzamelen
oogsten
plukken
rapen 
verzamelen 

I assemble
you assemble
we assemble

ik collecteer
jij collecteert
wij collecteren
» meer vervoegingen van collecteren

to associate, to come together, to join, to pool, to assemble, to coalesce, to converge {ww.}
aansluiten 
zich aaneensluiten
zich verenigen

I assemble
you assemble
we assemble

ik sluit aan
jij sluit aan
wij sluiten aan
» meer vervoegingen van aansluiten

to put together, to build, to compose, to construct, to draught, to combine, to assemble {ww.}
bijeenvoegen
ineenzetten
samenstellen 

I assemble
you assemble
we assemble

ik voeg bijeen
jij voegt bijeen
wij voegen bijeen
» meer vervoegingen van bijeenvoegen

to gather, to assemble, to collect {ww.}
bijeenkomen 
samenscholen
samenrotten
zich verzamelen

I assemble
you assemble
we assemble

ik kom bijeen
jij komt bijeen
wij komen bijeen
» meer vervoegingen van bijeenkomen

to meet, to assemble {ww.}
afspreken 

I assemble
you assemble
we assemble

ik spreek af
jij spreekt af
wij spreken af
» meer vervoegingen van afspreken

to connect, to connect up, to plug in, to assemble {ww.}
aansluiten 
verbinden 

I assemble
you assemble
we assemble

ik sluit aan
jij sluit aan
wij sluiten aan
» meer vervoegingen van aansluiten

to join, to unite, to assemble, to combine {ww.}
verenigen
aaneenvoegen
samenbrengen
bijeenbrengen 

I assemble
you assemble
we assemble

ik verenig
jij verenigt
wij verenigen
» meer vervoegingen van verenigen

As of 1950, the European Coal and Steel Community begins to unite European countries economically and politically in order to secure lasting peace.
Sinds 1950 verenigen Europese landen zich economisch en politiek in de Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal om te zorgen voor een blijvende vrede.
to form a group, to assemble {ww.}
samenscholen
samenkomen
samenrotten
zich groeperen

I assemble
you assemble
we assemble

ik kom samen
jij komt samen
wij komen samen
» meer vervoegingen van samenkomen


Gerelateerd aan assemble

erect - mount - set - stage - congregate - gather - meet - convene - collect - pick up - raise - associate - come together - join - pool