Vertaling van blast

Inhoud:

Engels
Nederlands
to blast, to boom, to nail, to smash {ww.}
sodemieteren
knallen
pleuren
smijten

I blast
you blast
we blast

ik sodemieter
jij sodemietert
wij sodemieteren
» meer vervoegingen van sodemieteren

to blast, to crucify, to pillory, to savage {ww.}
veroordelen
neerhalen
kraken
afkammen
afzeiken
afgeven
afbreken
aantrappen
aanschoppen
afkraken

I blast
you blast
we blast

ik veroordeel
jij veroordeelt
wij veroordelen
» meer vervoegingen van veroordelen

to blast, to shoot {ww.}
neerschieten
neerhalen

I blast
you blast
we blast

ik schiet neer
jij schiet neer
wij schieten neer
» meer vervoegingen van neerschieten

to blast, to boom, to nail, to smash {ww.}
smashen

I blast

blast, blow, gust {zn.}
luchtdruk [m] (de ~)
explosion, bang, blast, outbreak, outburst {zn.}
explosie [v]
uitbarsting [v]
ontploffing [v]
It was such a powerful explosion that the roof was blown off.
Het was zo'n krachtige explosie dat het dak eraf geblazen werd.
blast, blow, gust {zn.}
slagwind
blast, blow, gust {zn.}
windstoot [m] (de ~)
rukwind [m] (de ~)
blast, blow, gust {zn.}
vlaag [m] (de ~)
windvlaag [m] (de ~)
blast, blow, gust {zn.}
tochtvlaag
bam, bang, blast, clap, eruption {zn.}
slag

Gerelateerd aan blast

boom - nail - smash - crucify - pillory - savage - shoot - blow - gust - explosion - bang - outbreak - outburst - bam - clapthrow - criticise - discharge - hit - force per unit area - air current - blast