Vertaling van brush

Inhoud:

Engels
Nederlands
to brush {ww.}
borstelen
schuieren

I brush
you brush
we brush

ik borstel
jij borstelt
wij borstelen
» meer vervoegingen van borstelen

brush {zn.}
stoffer 
brush, brushwood, scrub {zn.}
doornbos [o]
ruigte
brush {zn.}
borstel [m]
to brush {ww.}
strijken

I brush
you brush
we brush

ik strijk
jij strijkt
wij strijken
» meer vervoegingen van strijken

to brush {ww.}
afslaan
afkloppen

I brush
you brush
we brush

ik sla af
jij slaat af
wij slaan af
» meer vervoegingen van afslaan

to brush {ww.}
afborstelen

I brush
you brush
we brush

ik borstel af
jij borstelt af
wij borstelen af
» meer vervoegingen van afborstelen

to brush {ww.}
aanstippen

I brush
you brush
we brush

ik stip aan
jij stipt aan
wij stippen aan
» meer vervoegingen van aanstippen

to brush {ww.}
borstelen

I brush
you brush
we brush

ik borstel
jij borstelt
wij borstelen
» meer vervoegingen van borstelen

to touch upon, to brush, to skim {ww.}
aanroeren
aanzitten

I brush
you brush
we brush

ik roer aan
jij roert aan
wij roeren aan
» meer vervoegingen van aanroeren

to brush {ww.}
schuieren
borstelen
afschuieren
uitborstelen

I brush
you brush
we brush

ik schuier
jij schuiert
wij schuieren
» meer vervoegingen van schuieren

tail, brush {zn.}
staart  [m]
This kind of cat doesn't have a tail.
Dit soort katten hebben geen staart.
The dog ate the fish, bones, tail and all.
De hond at de vis, beenderen, staart en alles.
paint-brush, brush, paintbrush {zn.}
kwast 
penseel

Voorbeelden in zinsverband

Engels
Nederlands

Brush your teeth well.

Poets je tanden goed.

I have to brush my teeth.

Ik moet mijn tanden poetsen.

I brush my teeth twice a day.

Ik poets mijn tanden tweemaal per dag.

I brush my teeth after breakfast.

Ik poets mijn tanden na het ontbijt.

You should brush your teeth at least twice a day.

Je moet minstens twee keer per dag je tanden poetsen.

He went to the United States last year to brush up his English.

Hij ging vorig jaar naar Amerika om zijn Engels bij te schaven.

He went to America last year to brush up his English.

Hij ging vorig jaar naar Amerika om zijn Engels bij te schaven.


Gerelateerd aan brush

brushwood - scrub - touch upon - skim - tail - paint-brush - paintbrushslide - remove - clean - beat - brush - adjoin