Vertaling van bust

Inhoud:

Engels
Nederlands
bust, raid {zn.}
politie inval
inval
to bust, to rupture, to snap, to tear {ww.}
doorscheuren

I bust
you bust
we bust

ik doorscheur
jij doorscheurt
wij doorscheuren
» meer vervoegingen van doorscheuren

to bust, to rupture, to snap, to tear {ww.}
doortrekken

I bust
you bust
we bust

ik doortrek
jij doortrekt
wij doortrekken
» meer vervoegingen van doortrekken

to bust, to rupture, to snap, to tear {ww.}
scheuren
doorscheuren

I bust
you bust
we bust

ik scheur
jij scheurt
wij scheuren
» meer vervoegingen van scheuren

torso, bust {zn.}
buste [v]
borstbeeld [o]
bodice, bust {zn.}
lijf [o]
keurslijf
lijfje  [o]
bust {zn.}
borstbeeld [o] (het ~)
buste [m] (de ~)
to burst, to bust {ww.}
springen

I bust
you bust
we bust

ik spring
jij springt
wij springen
» meer vervoegingen van springen

to break, to bust, to fall apart, to wear, to wear out {ww.}
breken
sneuvelen

I bust
you bust
we bust

ik breek
jij breekt
wij breken
» meer vervoegingen van breken

You shouldn't break your promises.
Je moet je beloftes niet breken.
Hackers break into computers without permission.
Hackers breken zonder toestemming in computers in.
to break, to bust {ww.}
omslaan

I bust
you bust
we bust

ik sla om
jij slaat om
wij slaan om
» meer vervoegingen van omslaan

to break, to bust, to fall apart, to wear, to wear out {ww.}
uitlopen

I bust
you bust
we bust

ik loop uit
jij loopt uit
wij lopen uit
» meer vervoegingen van uitlopen

to burst, to bust {ww.}
kinkelen

I bust
you bust
we bust

ik kinkel
jij kinkelt
wij kinkelen
» meer vervoegingen van kinkelen

binge, bout, bust, tear {zn.}
politie-inval [m] (de ~)
binge, bout, bust, tear {zn.}
fuut [m] (de ~)
binge, bout, bust, tear {zn.}
borstwijdte [m] (de ~)
bovenwijdte
broke, bust, skint, stone-broke, stony-broke {bn.}
blut
gederangeerd
platzak

Gerelateerd aan bust

raid - rupture - snap - tear - torso - bodice - burst - break - fall apart - wear - wear out - binge - bout - broke - skintrip up - break - statue - bust - move around - fag - crash - incursion - bird - breadth - poor