Vertaling van counted
I counted
you counted
he/she/it counted
ik telde
jij telde
hij/zij/het telde
» meer vervoegingen van tellen
I counted
you counted
he/she/it counted
ik telde
jij telde
hij/zij/het telde
» meer vervoegingen van tellen
aanrekenen
I counted
you counted
he/she/it counted
ik rekende aan
jij rekende aan
hij/zij/het rekende aan
» meer vervoegingen van aanrekenen
I counted
you counted
he/she/it counted
ik telde mee
jij telde mee
hij/zij/het telde mee
» meer vervoegingen van meetellen
valideren
geldig zijn
opgaan
gelden
I counted
you counted
he/she/it counted
ik valideerde
jij valideerde
hij/zij/het valideerde
» meer vervoegingen van valideren
Voorbeelden in zinsverband
The child counted ten.
Het kind telde er tien.
He can be counted on.
Op hem kan je rekenen.
International observers counted up the ballot.
De internationale waarnemers hebben de stembrieven geteld.
Carefully, the woman counted the money, and then said, "But you're still missing the 0.99."
Zorgvuldig telde de vrouw het geld, en zei toen: "Maar de 99 kopeke ontbreekt nog."